
Lezer spot rode kelkzwam in VanVeldhuizenbos
IngezondenDRONTEN - Het VanVeldhuizenbos in Dronten leverde een bijzondere waarneming op. Domien ter Woord trof langs het Dorpsbospad de rode kelkzwam aan en stuurde een foto in naar aanleiding van de maandelijkse column Dronten Natuurlijk van Johan Bonsink.
De rode kelkzwam is een opvallende paddenstoel die vooral in het vroege voorjaar te zien is en direct opvalt door zijn felrode, komvormige uiterlijk.
Volgens Bonsink is de vondst herkenbaar. In maart 2024 besteedde hij in Dronten Natuurlijk al eens aandacht aan deze paddenstoel.
De knallende rode kelkzwam brengt kleur in de lente.
De rode kelkzwam, soms ook rode bekerzwam of vermiljoenbekerzwam genoemd, is een in loofbossen en parken voorkomende paddenstoel. In de winter en in het vroege voorjaar is deze te vinden op begraven en bemoste takken van verterend hout van wilg, populier, els of beuk op vochtige, voedselrijke grond. De kelkzwammen groeien op dood hout dat al flink vermolmd is. Soms lijkt het er op dat ze op de grond groeien. Dat is maar schijn, onder de aarde ligt zonder twijfel een dode tak verborgen, waar de paddenstoel op vast zit.
Kelkzwammen behoren tot de bekendste winterpaddenstoelen. Aan het eind van de winter, februari en maart zijn de beste maanden om ze te zoeken, fleuren de felrode zwammen het kale bos lekker op met hun kleurige vruchtlichamen. Ze vallen goed op in het nog kale landschap. De zwam kan 1 tot 5 cm groot worden. Winterpaddenstoelen hebben een manier weten te vinden om midden in de winter te groeien: dat gaat wel langzamer maar ze hebben weken of zelfs maanden om hun sporen te verspreiden. En blijkbaar is dat een goede overlevingsstrategie.
Toch zijn ze vrij zeldzaam en staan op de lijst van bedreigde paddenstoelen.
Het is de moeite waard om op zoek te gaan naar deze supermooie rode paddenstoelen.
Johan Bonsink, IVN-natuurgids
Zelf iets gespot?
Wie zelf iets bijzonders tegenkomt in het bos of in de natuur rond Dronten, kan dat ook delen. Onderaan de pagina is het mogelijk om foto’s en waarnemingen in te sturen.
John van Weeghel



















