Afbeelding

Burgemeester na vuurwerkdode in Swifterbant: „Mensen vinden troost bij elkaar”

Swifterbant

SWIFTERBANT - Het vuurwerkongeval aan de Vogelwikke heeft diepe indruk gemaakt in Swifterbant. Bewoners werden gisteren en vandaag opgevangen in kerkcentrum De Hoeksteen. Ze konden daar terecht voor een gesprek of het delen van hun verdriet. DeDrontenaar.nl sprak erover met burgemeester Aat de Jonge.

Er is door officiële instanties niet heel veel naar buiten gebracht over wat er gisteren aan de Vogelwikke in Swifterbant precies is gebeurd. Kunt u daar al wat meer over vertellen?
Burgemeester Aat de Jonge: „Dat is een hele begrijpelijke en voor de hand liggende vraag, maar dat onderzoek loopt nog. Er moeten getuigen worden gehoord en ik weet dus echt nog niet wat er precies is gebeurd.”

Wat hebt u gistermiddag aangetroffen?
„Ik kreeg al vrij snel het bericht en ben snel naar de buurt gegaan. De omgeving was toen al afgezet. Ik heb daar links en rechts wat gepraat met de mensen van de politie en de brandweer en we hebben afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de communicatie.”

Daarna is de hulpverlening aan de omgeving is op gang gekomen?
„Wij hebben vrij snel een ruimte ingericht in De Hoeksteen. We hebben laten weten dat mensen daar welkom zijn die behoefte hebben aan een gesprek of die verdriet of zorgen willen delen. Ondertussen hebben allerlei hulpverleners zich gemeld: slachtofferhulp, maar ook psychosociale hulp, traumahulp, politie, brandweer, gemeente.”

Hebt u zelf gisteren ook nog betrokkenen gesproken?
„Ja, later op de avond ben ik bijvoorbeeld nog naar een woning in de buurt gegaan. Daar zat een aantal buurtbewoners bij elkaar die niet naar De Hoeksteen konden komen, omdat ze op kinderen moesten passen. Daar hebben we nog een paar gesprekken gevoerd.”

Vanwaar de bijeenkomst van vandaag (zondagmiddag) in De Hoeksteen?
„Ik had al vrij snel het idee dat we vandaag iets moesten doen, ook omdat sommige mensen gisteren niet bereikbaar of niet aanwezig waren. We hebben gisteravond bij de omwonenden briefjes in de brievenbus gedaan waarop we hebben gemeld dat er vandaag tussen twaalf en één uur gelegenheid was om naar De Hoeksteen te komen.”

Hoeveel mensen hebben daar gebruik van gemaakt?
„Heel veel. Ik denk dat er vijftien tot twintig mensen zijn geweest. Mensen met heel veel vragen en heel veel verdriet. Heel verschillende vragen ook. Mensen die eigenlijk niet meer over de straat waar die meneer heeft gelegen durven te lopen. Bewoners die zich afvragen hoe ze het hun kinderen moeten vertellen: wat kan ik ze vertellen, moet ik dat zelf doen, kan ik daar hulp bij krijgen, hoe gaat dat straks op de eerste schooldag? Voor dat laatste gaan we ook een heel plan maken in overleg met de onderwijzers en onderwijzeressen.”

Kunt u in z’n algemeenheid iets zeggen over de stemming?
„Het maakt een enorme indruk op de mensen. Ik leer wat dat betreft Swifterbant van een andere kant kennen: heel betrokken, heel warm, heel dicht bij elkaar. De meeste mensen kennen elkaar goed, de kinderen kennen elkaar en kwamen bij elkaar en bij het slachtoffer over de vloer. Het is een hele betrokken buurt en dat helpt bij een verdrietige situatie als deze. Het klinkt tegenstrijdig ten opzichte van de verdrietige gebeurtenis: maar het is mooi dat de mensen hulp en troost bij elkaar vinden en dat het mensen verbindt.”

Hebt u ook de mensen gesproken die er heel dicht bij betrokken zijn geweest?
„Jazeker. Er waren zojuist een meneer en mevrouw die eerste hulp hebben proberen te verlenen, maar die al na een paar seconden door hadden dat dit niet mocht baten. En gisteren heb ik ook een verpleegkundige gesproken die er bij is geweest.”

Bent u al in de gelegenheid geweest om met de familie zelf te praten?
„De moeder en de twee kinderen zijn nog in het ziekenhuis. Die zijn niet gewond geraakt, maar waren helemaal van slag en mochten daar wat langer blijven. Ik heb ze nog niet gesproken en die zitten op dit moment ook nog helemaal niet op mij te wachten.”

Wat kan een burgemeester en wat kan een gemeente verder nog doen in deze situatie?
„Twee dingen: je moet er zìjn voor de mensen en je màg er zijn voor de mensen. Dat betekent vooral goed luisteren. Daarnaast moet je hulpverleners snel naar je toe halen en aanbieden aan de mensen; niet alleen gisteren en vandaag, maar ook morgen, volgende week of over een half jaar. Want die beelden kunnen ieder moment weer terugkomen en dan willen ze er alsnog over praten.”

Wat doet een gebeurtenis al deze met een burgemeester? Heeft het ‘handboek voor burgemeesters’ hier pasklare oplossingen voor?
„Nee. Je bent als burgemeester veel aan het vergaderen enzo, maar op zo’n moment heb je wel de indruk dat je er meer toe doet: ik naar inwoners toe en inwoners naar mij toe. Het is iets dat je samen beleeft en het is fijn dat je het màg doen. Als het toch moet gebeuren, dan moet je er staan.”

Ik weet niet hoe kies het is om deze vraag op dit moment te stellen, maar: hoe kan een gemeente of een burgemeester voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt?
„We hebben net weken achter de rug met gesprekken en debatten over dit onderwerp. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft een advies gegeven voor een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen, korpschef Erik Akerboom van de nationale politie en de regioburgemeesters hebben er iets over gezegd.”

Kan de lokale politiek daar ook nog iets mee doen?
„Ik kan me heel goed voorstellen dat ook de politiek van Dronten na deze verdrietige gebeurtenis nog eens gaat kijken naar wat we moeten afspreken rondom het vuurwerk. Maar ik zeg er wel bij: lokaal een afspraak maken heeft niet zo heel veel zin. Je moet dit echt landelijk doen.”

U zit in het bestuur van de nationale politie.
„Inderdaad en daar heeft het al een paar keer op de agenda gestaan. We hebben er bij de minister op aangedrongen om in navolging van de adviezen die hij heeft gekregen landelijke afspraken te maken om het zware vuurwerk en de ‘knallers’ te verbieden. De impact van deze gebeurtenis was er anders ook geweest, maar is denk ik nu dubbel zo groot omdat er een landelijk debat gaande is: wat vinden we wel en wat vinden we niet goed in onze samenleving?”

Vuurwerkongeval

!