
Steeds meer ouderen in Flevoland doen beroep op huishoudelijke hulp via Wmo
AlgemeenFLEVOLAND - In de eerste helft van 2025 maakte 18,3% van de 75-plussers in Flevoland gebruik van huishoudelijke hulp via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dat komt neer op ongeveer 3.100 inwoners. Vier jaar eerder lag dat aantal nog op 2.355: een stijging van ruim 35%. Dat blijkt uit een analyse van thuiszorgorganisatie Zuster Jansen op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Flevoland zit daarmee iets boven het landelijk gemiddelde van 18,1%. Binnen de provincie werd in Almere het vaakst een aanvraag ingediend. De hoogste percentages werden gemeten in Overijssel (22,2%) en Limburg (21,5%). Noord-Holland scoorde het laagst met 16%.
Volgens vestigingsmanager mevrouw Knol van Zuster Jansen tonen de cijfers aan dat de druk op de Wmo sterk verschilt per regio. “Gemeenten en provincies met veel oudere inwoners moeten zich voorbereiden op een blijvend hoge vraag naar huishoudelijke hulp, terwijl de beschikbare capaciteit vaak al onder spanning staat.”
De vergrijzing in Flevoland zet door, wat de verwachting voedt dat het aantal Wmo-aanvragen de komende jaren verder zal stijgen. Gemeenten worden daarmee geconfronteerd met een toenemende druk op zorgbudgetten en personeelscapaciteit.
Aantal aanvragen
Binnen de Flevolandse gemeenten zijn er grote verschillen. Almere is de koploper: hier rekent bijna 1 op de 4 ouderen op huishoudelijke hulp. Zo scoren de Flevolandse gemeenten op het aantal 75-plussers dat een hulp in huis krijgt via de Wmo:
- Almere: 22% van de ouderen krijgt hulp in huis
- Zeewolde: 19,6% van de ouderen krijgt hulp in huis
- Dronten: 18,6% van de ouderen krijgt hulp in huis
- Noordoostpolder: 18,3% van de ouderen krijgt hulp in huis
- Lelystad: 18,1% van de ouderen krijgt hulp in huis
- Urk: 16,5% van de ouderen krijgt hulp in huis
John van Weeghel



















