
Noordelijke provincies gaan alvast sparen voor Lelylijn
AlgemeenREGIO - Noordelijke provincies en gemeenten zetten na advies van Lelylijn-gezant Klaas Knot een nieuwe stap richting de aanleg van de Lelylijn. Bestuurders spraken op 6 mei met Knot en verkennen nu een regionale bijdrage aan de financiering.
“We zien het advies van Lelylijn-gezant Klaas Knot als een logisch en gedegen advies, en beginnen als noordelijk Nederland met ons aandeel. Een regionale investeringswerkgroep gaat aan de slag met het verkennen van een regionale bijdrage aan de 10% alternatieve financiering. Juist in deze onzekere tijden is het van belang om te blijven investeren in de toekomst. Daar willen we samen met het kabinet mee aan de slag”, aldus commissaris van de Koning Paas, voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn.
Betere bereikbaarheid
De noordelijke bestuurders willen Den Haag duidelijk maken dat investeren in spoor geld kost, maar op termijn ook economische waarde oplevert. Volgens hen vormt betere bereikbaarheid per spoor een basis voor verdere ontwikkeling van Noord-Nederland.
De regio werkt al met het Rijk aan verbetering van het bestaande spoor tussen Zwolle en Leeuwarden en Groningen. Ook loopt de verkenning binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport voor de Nedersaksenlijn.
Jaarlijks 400 miljoen
Voor de Lelylijn kijkt Noord-Nederland nu verder vooruit. Een regionale investeringswerkgroep onderzoekt hoe de regio op lange termijn kan bijdragen aan de aanleg. Daarbij gaat het om het Sparend Gebiedsfonds Lelylijn, een spaarmodel met een jaarlijkse storting van 400 miljoen euro, zoals oud-president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot voorstelt.
Ook werkt de werkgroep uit hoe de regio kan bijdragen aan 10 procent alternatieve financiering. Bedrijven en Europa kunnen daar mogelijk eveneens aan meedoen, naast financiering vanuit het Rijk.
Aanleg duurt 25 jaar
De aanleg van de Lelylijn duurt naar verwachting ongeveer 25 jaar en vraagt om een grote investering. Daarom wil de regio nu al geld reserveren. Via het fonds kunnen meerdere partijen bijdragen en kan economische ontwikkeling rond de toekomstige spoorlijn worden benut.
Knot spreekt op 13 mei met de Tweede Kamer over zijn advies als Lelylijn-gezant. Daarna moet volgens de regio de verkenning binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport voor de Lelylijn beginnen. Daarin wordt duidelijk hoe de spoorlijn eruit kan zien en welke bijdragen provincies en gemeenten kunnen leveren.
John van Weeghel



















